Het Boek der Psalmen telt vijftien gezangen met de aanduiding ‘lied Hammaälôth’: de psalmen 120-134. Gezangen van de opgangen: de terugkeer uit de ballingschap, de opgang naar Jeruzalem en de ingang in het heiligdom.

 

De reeks van vijftien liederen lijkt een bepaalde gang te kennen. Sowieso begint de collectie in de diepte en eindigt ze op de toppen: de eerste psalm spreekt van het verre Mesech en Kedar, de ellende van de ballingschap; de laatste psalm zingt over het heiligdom, waar de zegen van de HEERE wordt uitgedeeld.

Tussen die twee uitersten brengen de andere dertien liederen alle mogelijke situaties van het leven in beeld. Het is alsof de samenstellers een parelketting willen aanreiken, een snoer om je hals, voor onderweg. Om in elke situatie iets te zingen te hebben: in de diepten, onderweg, en op de hoogtepunten van het leven. Een ketting die als geheel glanst en straalt, maar waarvan ook elke afzonderlijke parel schittert en spreekt.

 

Eerste vijftal

Neem het eerste vijftal. Na de diepten van Mesech en Kedar (Ps. 120) brengt het volgende lied ons bij de hoede van de Almachtige (Ps. 121). Waar je ook gaat, de Bewaarder van Israël is erbij, als de schaduw aan je rechterhand.

En zo kom je in Jeruzalem (Ps. 122), waar de schoonheid van stad en tempel je tegemoetkomen, maar waar evengoed gebeden moet worden om sjaloom.

Een lied later (Ps. 123) is het de enkeling die om genade smeekt. De ogen die in Psalm 121 nog naar de bergen keken, zien nu op tot Degene Die in de hemel zit. Alleen van Hem is heil te verwachten als je te maken hebt met hoon en spot.

Die hoon en spot waren er ook voor Israël als volk, zingt Psalm 124. Overal was vijandschap, als de golven van woedend water. Maar, de HEERE van hemel en aarde heeft Zijn volk niet ten prooi laten vallen aan deze vijandschap. ‘Geloofd zij Zijn Naam! Alleen van Hem is onze hulp’.

 

Tweede vijftal

Het tweede vijftal opent met een lied van vertrouwen (Ps. 125). Wie op de HEERE vertrouwen zullen niet wankelen, net zomin als Sion ooit wankelt. En weet: de goddeloosheid en het onrecht zullen eens voorgoed verdwijnen.

Psalm 126 spreekt van gevangenschap. ‘Breng een keer, HEERE, in ons lot!’ De dichter vertrouwt dat dat ook gebeurt: eerder heeft God de gevangen van Sion doen terugkeren. Hij zal het weer doen: er zál gejuicht worden, zoals bij de oogst. Maar ook bij het maaien gaat zaaien onder tranen vooraf.

Dan de middelste parel, Psalm 127. Het enige lied op naam van Salomo. Het huis wordt gebouwd (de tempel?) en God geeft het Zijn beminde (Jedidja?) als in de slaap (is dit de droom van Salomo in 1 Koningen 3?). Het bouwen van het huis voor God loopt hier over in het bouwen van het huisgezin: de zonen, die God als geschenk geeft.

Dat thema gaat verder in Psalm 128: de huwelijkspsalm. Over de vrouw als vruchtbare wijnstok en de kinderen als olijfbomen om je tafel. Gezegend zal je zijn als je de vreze des HEEREN beoefent.

Het slot van het tweede vijftal begint weer in de diepte: al die keren dat Gods volk werd belaagd en aangevallen. De vijand is als een ploeger tekeergegaan. Maar, Israël, zeg het maar: de HEERE hakte toch de knellende touwen door. Daarom mag het volk zelfs bidden om de ondergang van de vijand, degenen die Sion haten. Voor hen geen zegen.

 

Derde vijftal

En dan het laatste vijftal. Weer de diepten, nu van de enkeling. Maar hij hoopt op God en verwacht de HEERE. De God Die dé vergeving van ongerechtigheden schenkt en bij Wie dé goedertierenheid is. Alleen van Hem is de verlossing van Israël te verwachten.

Psalm 131 borduurt voort op die houding van stille verwachting. Geen hoog hart, geen verheven ogen, geen zelfoverschatting. Nee, klein worden bij de HEERE, zoals een peuter die gespeend is maar na het avontuur weer veiligheid bij moeder zoekt.

En dan de langste van de collectie, Psalm 132. Een prachtig symmetrisch gedicht. Eerst tien versregels (1b-10) over Davids inzet om voor God een woning te maken, dan tien versregels (11-18) over Gods inspanningen voor Zijn gezalfde (David) en diens troon.

De zegen voor Sion waarover Psalm 132 spreekt, komt terug in Psalm 133. Want hoe aangenaam is het als broeders eensgezind samenwonen: als de olie op Aärons hoofd en als de dauw van de Hermon. Dáár geeft de HEERE zegen en leven.

En met die zegen besluit de reeks (Psalm 134). In een mooi woordspel speelt de dichter met de dubbele betekenis van zegenen: de HEERE loven heet zegenen, en de genade van de HEERE uitdelen is ook zegenen. De oproep klinkt: ‘Laten de dienaren van de HEERE in het heiligdom Hem lof toezwaaien.’ En het antwoord van de kant van de dienaren komt: ‘De HEERE zegene u.’

 

Daarmee is de ketting compleet. Voor iedere situatie is er wel een parel voorhanden: voor momenten van eenzaamheid én nabijheid, van diepten én hoogten, van benauwdheid én verlossing, van strijd én verstilling, van schuld én genade, van uitzichtloosheid én hoop.

Wie bedenkt dat het óók de liederen zijn die de Heiland zong, ziet nog veel meer in deze liederen oplichten. Woorden over ploegers (Ps. 129), de schreeuw uit de diepten (Ps. 130), de lamp voor de gezalfde (Ps. 132) en de zegen van de priesters (Ps.134): ze krijgen in Jezus hun diepste vervulling.

Wie onderweg is tussen Babel en Sion, tussen eindigheid en eeuwigheid, krijgt met deze liederen ‘Hammaälôth’ een gouden koord aangereikt. Drie handen vol liederen voor onderweg.

 

Jaco van der Knijff, Apeldoorn

 

Dr. J. van der Knijff is docent liturgiek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn. Dit tweeluik is een weergave van zijn bijdrage aan de Vormingscursus van de Christelijke Gereformeerde Kerken in het seizoen 2024-2025.

 


 

Psalm 131

 

Een pelgrimslied, van David.

HEERE, mijn hart is niet hoogmoedig,

mijn ogen zijn niet trots,

ook wandel ik niet in dingen

die te groot en te wonderlijk voor mij zijn.

Voorwaar, ik heb mijn ziel tot rust

en tot stilte gebracht,

als een kind dat de borst ontwend is, bij zijn moeder,

mijn ziel is in mij als een kind dat de borst ontwend is.

Israël, hoop op de HEERE,

van nu aan tot in eeuwigheid.

(Herziene Statenvertaling)


Commentaar

  • Thuiskijkers 2026-04-25 08:19:33

    ‘We kijken de diensten altijd trouw mee hoor.’ Het kan je zomaar gezegd worden tijdens een...

  • Zachtmoedigheid 2026-04-10 14:03:10

    Het Nederlands Dagblad pikte het nieuws op: de Theologische Universiteit Apeldoorn bracht negen...

  • Hoop – een boodschap om door te geven 2026-03-28 07:28:27

    In dit kerkblad gaat het over hoop. In verschillende artikelen wordt daarover geschreven, waarbij...

  • Lente 2026-03-14 09:28:00

    Op het moment dat ik dit commentaar schrijf, zit ik buiten uit de wind in de zon. Heerlijk! Het...