In dit derde artikel willen we kijken naar de belangrijke eindstrijd die Constantijn voerde met zijn zwager en tegenstander Licinius in 324. De overwinning in deze eindstrijd zou uiteindelijk ruimte bieden voor en leiden tot het concilie van Nicea in 325.

 

In de lente van 324 zette Constantijns zwaar uitgeruste leger zich in beweging vanuit Thessaloniki naar het oosten, waar Licinius als keizer het bewind voerde.

 

Krachtmeting

Op 3 juli 324 trok Constantijn, nadat de legerfronten tegenover elkaar waren komen te liggen, na een schijnaanval elders, met enkele ruiters plotseling de daar aanwezige rivier over, kort daarop door het gros van zijn leger gevolgd. De troepen van Licinius schijnen door deze onverwachte aanval geschrokken te zijn en veel van hun gevechtsdiscipline verloren te hebben. Ze schijnen daarom ook geen gelijkwaardige tegenstand tegen Constantijns troepen meer te hebben geboden. Licinius week al heel spoedig naar Byzantium uit, waarna veel van zijn legereenheden zich nog op dezelfde dag aan de overwinnaar overgaven. Zie hierover het boek Constantijn en de christelijke revolutie in het Romeinse Rijk, geschreven door Henk Singor (Amsterdam, 2014).

Volgens Eusebius van Caesarea, die in zijn werk Het leven van Constantijn de krachtmeting in 324 als het verlengde van die in 316-317 ziet, speelde ook in 324 het teken van Christus een belangrijke rol. Licinius zou zijn soldaten bevolen hebben om voor de slag dit teken niet te naderen en het ook niet te willen zien. Men neemt aan dat het bij het teken van Christus ging om een verguld monogram van Christus in een gouden lauwerkrans boven de dwarsbalk van het vaandel met de medaillons van de keizer en de caesaren, zijn zonen, daaronder.

In de dagen die volgden gaven nog meer eenheden van Licinius zich over, terwijl het leger van Constantijn zich voor de muren van Byzantium samentrok. Constantijns transportvloot had nu zijn dienst verricht. Om de Hellespont en daarmee de zeeweg naar Byzantium te openen, had hij echter de oorlogsschepen van zijn zoon Crispus nodig. Deze oorlogsvloot was ook op weg naar de frontlinie.

 

Aanval

Crispus wist met zijn oorlogsgaleien de dicht opeengepakte schepen van Licinius forse schade toe te brengen en uiteindelijk ook een doorgang te forceren. Op de Aziatische oever van de Bosporus probeerde de oostelijke keizer zijn strijdmacht nog te hergroeperen.

Constantijn zette inmiddels het beleg van Byzantium voort, maar liet tegelijk lichte veerboten bouwen vlakbij de uitgang van de Bosporus in de Zwarte Zee, om zo zijn eigen leger op de andere oever over te zetten. Dit was nodig omdat de heersende winden en stromingen het verder opvaren van Crispus’ vloot in de richting van Byzantium op dat moment verhinderden.

Na enkele weken landde Constantijn ten noorden van Chalcedon (aan de overkant van de Bosporus). Licinius had inmiddels al zijn beschikbare troepen bijeengebracht en bezat waarschijnlijk een numerieke overmacht. Zijn leger was echter ernstig gedemoraliseerd. Bij Chrysopolis, ongeveer tien kilometer ten noorden van Chalcedon, stuitten de beide slagorden op elkaar. Dit was op 18 september. Constantijns leger schijnt onmiddellijk over de volle breedte in de aanval te zijn gegaan. Er zouden vijfentwintig duizend man aan Licinius’ kant zijn afgeslacht. Ook wordt het getal van vijfendertig duizend genoemd. Daarna trok de verslagen keizer met dertigduizend man naar Nicomedia. Hoewel de genoemde aantallen niet te verifiëren zijn, is het volstrekt duidelijk dat deze krachtmeting de genadeslag betekende voor Licinius.

Op het bericht van zijn nederlaag bij Chrysopolis gaven Byzantium en Chalcedon zich spoedig aan de troepen van Constantijn over. Toen vervolgens de eerste schepen van Crispus’ oorlogsvloot arriveerden, die niet alleen de oostelijke residentie van de zeezijde afsloten, maar ook verse troepen voor Constantijn vervoerden, was de situatie voor Licinius uitzichtloos geworden. Het restant van zijn leger dat hem tot de hoofdstad gevolgd was, capituleerde daarop voor de overwinnaar.

 

Impact

De slag bij de Milvische brug in 313 was qua omvang veel minder groot en door Constantijn minder goed voorbereid dan het jarenlang voorbereide eindoffensief in Chrysopolis in 324. De impact van beide overwinningen is daarom verschillend. In 313 gaat het primair om de erkenning van het christendom als een serieuze tegenkandidaat van reeds bestaande eeuwenoude religieuze tradities. In 325 gaat het om de consolidatie van een reeds twaalf en een half jaar lang door Constantijn openlijk beleden alsook gepromote nieuwe religie.

Het meest opvallende verschil is echter dat Constantijn in 325 voor de consolidatie van dit nieuwe christelijke geloof een compleet concilie voor bisschoppen organiseert. Hij maakt de belijdenis die tijdens dit concilie wordt vastgesteld bindend voor alle christelijke kerken en geloofsgemeenschappen. Degenen die zich in dit document niet konden vinden, werden geëxcommuniceerd. Het lijkt evenwel ook een tegenbeweging tegen Licinius te zijn na de strijd: Licinius verbood kerkelijke synodes en concilies, Constantijn organiseert er juist een.

 

Is het concilie van Nicea een concilie dat alleen maar om strategische redenen werd georganiseerd, of werd het ook gedragen door persoonlijke overtuiging?

Dat de termijn tussen de eindoverwinningen en het tijdstip waarop Constantijn het edict van Milaan uit liet gaan en een kerkvergadering of concilie bijeenriep heel kort was, laat zien dat hier een persoonlijke overtuiging aan ten grondslag lag, namelijk dat de God van de christenen die Constantijn aangeroepen had en beleden had, ook door alle rijksgenoten gediend moest worden.

Dat Constantijn daarnaast een strategische agenda had die erop gericht was in het nieuwe rijk eenheid en stabiliteit te scheppen door het promoten van de religie van de christenen als de enige ware godsdienst, mag duidelijk zijn. Dit kunnen we afleiden uit de manier waarop hij onwelwillende bisschoppen excommuniceerde en Athanasius, met wie hij het in geloofsopzicht in principe eens was, als risicovolle bedreiging van de eenheid van het Rijk, naar Trier liet verbannen.

Hierbij moeten we wel bedenken dat Trier een belangrijk spiritueel christelijk centrum was. Door Athanasius naar deze plek te verbannen maakte Constantijn hem niet monddood. Athanasius schreef zijn De incarnatione Verbi (De vleeswording van het Woord) zelfs in Trier. De onderliggende oorzaak van de verbanning was mogelijk dat Athanasius zich in Constantijns beleving te sterk profileerde en daardoor te veel discussie opriep, die de eenduidigheid van het christelijk geloof uiteindelijk zou kunnen schaden.

 

Marten van Willigen, Apeldoorn

 

Prof. dr. M.A. van Willigen is hoogleraar exegese vroege kerk aan de Theologische Universiteit te Apeldoorn


Commentaar

  • Winnen of verliezen 2026-07-03 18:15:03

    Sport heeft een grote plaats in het leven van veel mensen. Veel gebeurt er op amateurniveau....

  • Waarom doet God er niets aan? 2026-06-20 08:08:37

    Ik las een artikel in het bekende Amerikaanse blad Christianity Today dat me aan het denken zette. De...

  • De hel 2026-06-06 06:52:25

    Op het moment dat ik dit schrijf, is het aan de vooravond van een conferentie van predikanten van...

  • Revival 2026-05-23 08:17:17

    Van 20 tot 23 april was ik samen met een paar honderd andere predikanten op de conferentie in...