Onder leiding van Jozua nemen de Israëlieten het land Kanaän in. Veel lezers van het boek Jozua hebben het beeld dat de stammen van Israël Kanaän binnenstormden en als een orkaan door het land raasden waarbij ze talloze steden en dorpen verwoestten.

 

Ook verschillende archeologen gingen met dit beeld voor ogen in Israël op zoek, in de verwachting dat dat spoor van vernieling van vele oude steden gemakkelijk te traceren zou zijn. Er werden echter nauwelijks sporen daarvan gevonden. Hoe is de inname van het beloofde land dan gegaan?

 

Verovering

De Bijbel geeft bij nauwkeurige lezing geen beschrijving van een totale verwoesting van Kanaän. Er is veeleer sprake van verovering van enkele strategisch gelegen plaatsen, waardoor de Israëlieten zich in de omliggende gebieden konden vestigen. De inname van het beloofde land lijkt zich in drie fasen te hebben afgespeeld. Eerst is er de inname van het Overjordaanse, dan wordt de Jordaan overgestoken en Zuid-Kanaän ingenomen en tot slot wordt Noord-Kanaän veroverd. Hierbij werden drie strategische steden verwoest: Jericho bij het oversteken van de Jordaan (Joz. 6), Ai in Zuid-Kanaän (Joz. 8) en Hazor in Noord-Kanaän (Joz. 11). Over de inname van Noord-Kanaän zegt de Bijbel expliciet dat daarbij alleen de stad Hazor werd verwoest en geen andere steden. De Israëlieten verbrandden geen steden die op hun heuvel gelegen waren, behalve alleen Hazor; dat verbrandde Jozua (Joz. 11:13).

 

De stad die in de Bijbel Hazor wordt genoemd, staat nu bekend als Tel Hazor. Een tel is een ruïneheuvel die bestaat uit woonlagen uit verschillende perioden. Wanneer een stad in een oorlog was verwoest, werd de nieuwe stad bovenop het puin van de oude gebouwd. In Tel Hazor zijn door archeologen maar liefst eenentwintig woonlagen ontdekt uit de periode ca. 2900-100 v.Chr. Al decennia lang vinden hier opgravingen plaats, waarbij onder meer talloze kleitabletten met inscripties zijn gevonden, fragmenten van tempels en beelden van de Kanaänitische goden Astarte en Asjera.

 

Machtige stad

Door dit archeologische onderzoek is veel kennis verworven over Hazor. De stad is ca. 2900 v.Chr. gesticht op een knooppunt van belangrijke handelswegen. Bovenop een natuurlijke tafelberg werd een citadel gebouwd, de acropolis (bovenstad), met aan de voet daarvan de benedenstad. Om de stad heen werd ter versterking nog een grote aarden wal gebouwd (hazor betekent: omheining). Op het toppunt van haar macht, in de vijftiende eeuw v.Chr., telde de stad ca. twintigduizend inwoners. Ze was groter en machtiger dan alle andere steden in deze regio. Dat horen we ook in het boek Jozua: Vroeger was Hazor namelijk het hoofd van al deze koninkrijken [van Noord-Kanaän] (11:10).

Uit de opgravingen is gebleken dat de stad eind dertiende eeuw v.Chr. is verwoest en verbrand. In het paleis op de acropolis heeft zo’n grote brand gewoed dat de leemstenen muren oranje waren geworden en de basaltblokken waren gebarsten. Is dit de brand waarmee Jozua de stad heeft verwoest (Joz. 11:13)? Hoe groot de verwoesting toen was, blijkt ook uit het feit dat de woonlagen hierna veel kleiner van omvang zijn en pas tweehonderd jaar later weer een grote stad werd herbouwd.

 

Onthoofde beelden

Archeologen hebben nog iets opmerkelijk aan het licht gebracht. Verschillende religieuze voorwerpen uit het paleis en uit heilige plaatsen waren met opzet ontwijd. Van een aantal beelden waren de hoofden afgehouwen en bij één beeld ook de handen. Dat is frappant omdat bij de plundering van een stad heilige plaatsen in die tijd werden ontzien uit angst voor de toorn van de goden. In alle andere lagen van deze tel is men deze praktijk dan ook niet tegengekomen.

Waarom werden de heilige plaatsen van Hazor bij de verwoesting in de dertiende eeuw v.Chr. ontwijd? Het antwoord hierop vinden we in de Bijbel. Voordat de Israëlieten de Jordaan overstaken, gaf God hun de opdracht: Wanneer de HEERE, uw God, hen aan u overgegeven heeft en u ze verslaat, dan moet u (…) hun altaren afbreken, hun gewijde stenen in stukken slaan, hun gewijde palen omhakken en hun beelden met vuur verbranden (Deut. 7:2-5). De Bijbel is de enige bron uit de oudheid waarin deze praktijk van het afhakken van hoofd en ledematen van religieuze beelden voorkomt (vgl. 1 Sam. 5:4).

Deze gegevens maken het waarschijnlijk dat dit inderdaad de verwoesting is waarmee Jozua de stad vernietigde, zodat de Israëlieten zich ook in Noord-Kanaän konden vestigen.

 

 

D.M. Heikoop, Urk

 

Dit artikel is met toestemming overgenomen uit De Waarheidsvriend. In een reeks artikelen bespreekt hij markante archeologische ontdekkingen in Israël en omliggende landen en welk licht zij werpen op de bijbelse geschiedenis. Ds D.M. Heikoop is predikant van de gereformeerde kerk op Urk.


Commentaar

  • Een levende kerk 2026-09-12 08:27:12

    Als u dit leest ligt het, als het goed is, allemaal achter ons, maar op het moment dat ik dit...

  • Na de droogte 2026-08-29 10:30:59

    Op het moment dat ik dit commentaar schrijf, is het een beetje aan het regenen. Geen grote...

  • Van wie is de maan? 2026-08-15 07:22:18

    Wie had het ooit kunnen bedenken! Het is een item waar op wereldniveau over wordt nagedacht: van...

  • Hoe leren kinderen de kerk lief te krijgen? 2026-08-01 13:45:11

    Veel (groot)ouders verlangen ernaar dat hun kinderen naar de kerk gaan. Niet alleen omdat het...