ImageGraaigedrag wordt aangevoerd als de oorzaak van de huidige financi?le en economische crisis. Doen we als Christenen mee aan graaigedrag of vertonen we juist geefgedrag? Bijvoorbeeld in het geven aan de kerk, aan goede doelen. Wat kunnen we vandaag nog leren van de voorbeelden die de Bijbel ons schenkt over ons omgaan met geld? In het vorige nummer hebben we gekeken naar de geestelijke aspecten en de bijdrage aan de eigen gemeente (deel 1) en ditmaal kijken we naar ons geefgedrag in de collecten en aan goede doelen (deel2).

Naast een soort VVB (de tienden; Deut.14,22-29 en 26,12-15 en Luc.11,42) kom je in de bijbel geregeld ook concrete doelen tegen waar in de gemeente voor wordt gecollecteerd (de collecte voor de armen in Jeruzalem (Romeinen 15,26); de hulp aan Paulus (Fil.4,14-20)). Soms gaat het om natura (1 Cor.11: eten voor de armen).
In ieder geval is het geven (denk ook aan de tempeldienst) een belangrijk moment om je dankbaarheid te uiten, concreet en met een duidelijk doel. Vaak gaat het geven gepaard met gebed (dikwijls zowel van ontvanger als gever (brief aan de Fil.)).
Ook in de kerkdienst mag daarom de collecte een belangrijk moment zijn. Een moment waarop aandacht voor God als Gever mag zijn. Een moment van dankbaarheid. En een moment van gebed.
Omdat het belangrijk is concreet te geven en aandacht te hebben voor het moment van geven, is ??n collecte meer geschikt dan meerdere collecten. Met ??n collecte in een dienst kan er aandacht zijn voor het moment van geven, voor het doel en de eventuele betrokkenen. Ook kan er in het gebed meer aandacht aan het collectedoel gegeven worden.
Recent was ik te gast in een gemeente waarbij de bestemming voor de tweede collecte op de beamer werd aangekondigd als ?R&A?. Hoe motiverend is het om voor een afkorting te geven? Het duurde even voor ik de afkorting wist te herleiden tot ?Rente & Aflossing?. Een enthousiaste inleiding voorafgaand aan de collecte door een bij het doel betrokken gemeentelid en tijdens de collecte ondersteunt met een Powerpointpresentatie zal de opbrengst absoluut ten goede komen. Gezien de huidige moderne middelen (beamer, digitale camera, internet, etc.) die ons ter beschikking staan is het mogelijk om goede informatie te verschaffen aan de kerkgangers. Dit vergroot de betrokkenheid. Ook kan er informatie op de liturgie verstrekt worden.

Het geven aan goede doelen
Bij u zal het niet anders zijn als bij mij: wekelijks vallen er acceptgiro?s op de deurmat met het verzoek om te geven voor allerlei doelen. Voor de meesten van ons zal het onmogelijk zijn om al die verzoeken in te vullen. Je zult dus prioriteiten moeten aanbrengen om te bepalen aan wie je geeft en hoeveel. Persoonlijk geef ik liever gericht een wat groter bedrag aan een doel waar ik me bij betrokken voel, dan zonder focus allerlei kleine bedragen aan minder aansprekende organisaties. Denk dus goed na aan wie je geeft en hoeveel.
Een richtlijn kan dan zijn om prioriteit te leggen bij doelen gericht op evangelisatie en zending, daarnaast bij doelen gericht op naastenliefde vanuit een Christelijke motivatie, en tenslotte op algemene goede doelen. Voor de duidelijkheid: er is niets mis met geven aan algemene goede doelen, integendeel. Het gaat er om dat je, als je beperkte middelen hebt, voor jezelf een bewuste keuze maakt waar jouw geld het beste tot z?n recht komt in Gods Koninkrijk. Er zijn prachtige christelijke organisaties die uniek werk verzetten en onze steun meer dan waard zijn en ik denk dat het aansluit bij wat Paulus aan de Galaten schrijft: "Laten wij, daar wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor allen, maar inzonderheid voor de huisgenoten des geloofs" (Gal.6:10).

Jong geleerd?
?Jong geleerd, is oud gedaan? luidt het spreekwoord. Het geeft maar aan dat het belangrijk is om de jeugd ook bewust om te laten gaan met hun (vaak beperkte) middelen, zodat ze de principes leren kennen en het later ook in het groot op verantwoorde wijze kunnen toepassen. Het zal geen populair gespreksonderwerp zijn bij pubers die net hun eerste centen verdienen, maar ik heb gezien dat de creativiteit van jongeren groot is en hun enthousiasme wellicht nog groter als ze het doel maar scherp voor ogen hebben. Een aansprekend voorbeeld is wanneer jongeren voor zichzelf een werkvakantie organiseren waarbij ze christelijke naastenliefde betonen in het buitenland en hiervoor zelf de financi?n bij elkaar proberen te sprokkelen met allerlei acties. Het brengen van offers (zelf) en de noodzaak van giften (van anderen) om zaken voor elkaar te krijgen kunnen ze spiegelen op hun eigen geefgedrag nu of later als ze een inkomen hebben.

De kost gaat voor de baat uit
Er zijn kerkelijke gemeenten die geen financi?le zorgen kennen, anderen daarentegen zullen uitsluitend met behulp van anderen (giften, classis ondersteuning, etc) kunnen functioneren en naar zelfvoorzienendheid toegroeien. De gemeente waar ik zelf deel van uitmaak valt in die laatste categorie, vooral omdat we actief gemeente willen zijn en naar buiten willen treden. We zijn daarbij rijk gezegend door bijdragen van deputaten Evangelisatie, OB&A, en sponsoren. Maar tegelijkertijd wordt ook een groot beroep gedaan op de eigen gemeenteleden. Door hun bovengemiddelde bijdrage is het makkelijker om externe gevers ook enthousiast te maken om bij te dragen. Met deze middelen is met name het evangelisatiewerk groots aangepakt waarbij er een tweede predikant werd aangetrokken om het aan te sturen en tegenwoordig hebben we ook een parttime jeugdwerker in dienst (50% van onze gemeente is jonger dan 25 jaar). Al die stappen zijn gezet terwijl de financi?n nog niet volledig rond waren: niet blindelings en onverantwoord maar in geloofsvertrouwen en al biddend. De Here heeft deze geloofsstappen rijk gezegend, we hebben een sterke groei van onze gemeente doorgemaakt en mogen middels o.a. buurtfeesten, sportprogramma?s (Sonrise) een positieve invloed uitoefenen op de wijk waarin we kerken. Wat is het mooi als we binnen het kerkverband elkaar zo kunnen helpen en daarmee de financi?le zegeningen van de ene plek kunnen inzetten tot zegening op een andere locatie.

Samengevat
1. Het is een uitdaging om te geven: 1 Timotheus 6,17-19.
2. Het is het eerste dat je opzij zet: Spreuken 3,9; Exodus 23:19.
3. De tiende is een richtlijn: Deuteronomium 14,22-29 (26,12-15; Lucas 11,42). Het mag ook meer zijn.
4. Het moet als een offer voelen: 2 Korinti?rs 8,3.
5. Geven gebeurt systematisch en doordacht (dus bijv. per maand en met een duidelijk doel): 2 Corinthiers 8,10-11.
6. Het is een zaak van je hart: 2 Korinti?rs 9,7.
7. Je krijgt er wat voor terug: Maleachi 3,8-12 en 2 Korinti?rs 9,13-15.

Hoofddorp                   
P.E. Vonk


Commentaar

  • Meer of minder bijbellezen?! 2022-09-23 17:57:22

    Het Nederlands Bijbelgenootschap publiceerde deze week een onderzoek naar het bijbelgebruik in...

  • Bidden in het openbaar 2022-09-09 17:51:49

    Ik weet niet hoe u dat ervaart, maar het voelt vaak wat ongemakkelijk: in een restaurant zitten en...

  • Campings en kinderkampen 2022-08-27 13:23:12

    Geen zomer zonder een paar dagen op De Sikkenberg. Onze dochter heeft op die camping in Onstwedde...

  • Make peace not war 2022-08-18 18:26:45

    De naoorlogse generatie, waartoe ik behoor, heeft een rustige, vreedzame tijd beleefd. Mijn ouders hadden...