Onkruid
Er is een gelijkenis over een boer die zijn akker had ingezaaid met tarwe. Maar deze boer had een vijand. Vast en zeker was er jaloezie in het spel. Deze vijand kwam 's nachts en zaaide onkruid: lolium temulentum (Mat. 13, 24-30. 36-43). Niet best. Een soort gras dat zo'n zestig centimeter hoog kon worden en veel op tarwe lijkt. Nog giftig ook.
In het begin van de groei is dat lolium moeilijk te onderscheiden van tarwe. Het onderscheid wordt pas echt duidelijk als de aar zich gezet heeft en het onkruid volgroeid is.




In het vorige artikel – enige tijd geleden - bespraken we de gnostiek als eerste uitdaging voor de kerk. Nu wenden we ons bij de tweede uitdaging tot ketter Marcion (ca.85-ca.160) die bij het vormen van zijn standpunten hier en daar van de wereld van het gnosticisme heeft gesnoept.
Jarenlang liepen de kerken in de steden leeg en verdwenen er vele. De krimp was enorm. Wie had durven hopen op het wonder, dat er nieuwe christelijke gemeenschappen zouden komen? Wat is het mooi om te horen dat God dit gegeven heeft. Het roept verwondering op en het maakt nieuwsgierig: wat gebeurt daar nu precies? Waar kunnen wij van leren? Als er niks meer is, waar start je dan? Wat heb je nodig? Wie neemt het initiatief?
'Dat zwarte kousenkerkje verderop? Geen idee wie dat zijn. Een clubje mensen dat op zondag met hun auto’s hier het kerkplein vullen, zodat ik er lastig langs kan lopen als ik mijn hond uitlaat. Maar verder weet ik niks van ze', sprak de meneer bij wie Marjan zojuist had aangebeld voor een kleine enquête.