De brief van Judas (2)
Judas - het was zijn eerste voornemen een opbouwende brief te sturen. Maar hij weet zich van Godswege gedrongen andere dingen te schrijven dan hij eerder van plan was. Niet zozeer vertroosting, maar vooral vermaning.
Ik kan me voorstellen dat hij nu maar liever zijn pen had neergelegd. Als hij met de ‘geliefden’ niet delen mag wat er op zijn hart ligt, namelijk ‘de gemeenschappelijke zaligheid’ (3), het heil in Christus, dan liever maar een poosje stil zijn. Niet spreken, maar zwijgen … Maar dat is Judas’ roeping niet. Hij moet vermanen en oproepen. Tot wat? Tot strijd. Namelijk vanwege ‘het geloof dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd’ (3). De statenvertalers gaven in hun kanttekening hierbij als uitleg: ‘Dat is: de zuivere leer des Evangelies, om die te behouden en daarvan niet af te wijken; dat die niet veranderd zal worden, maar altijd blijven, zoals zij eens door Christus en de apostelen geleerd is.’






