Israël na Christus (3)
Wie zou de Joden niet gunnen dat ze kunnen wonen in de staat Israël, zeker na de hel van de Tweede Wereldoorlog? De vraag daarbij is echter wel of de stichting van deze staat in 1948 het begin was van de vervulling van de oudtestamentische beloften. Achter die vraag ligt de vraag of na Christus de landbelofte voor Israël onveranderd is blijven gelden.
God beloofde aan Abraham, dat Hij aan zijn nakomelingen heel het land Kanaän als eeuwig bezit zou geven (Gen. 17,8). Vanwege deze belofte roepen dr. G. van den Brink en dr. C. van der Kooi in hun Christelijke dogmatiek (CD) op te waken voor vergeestelijking, verbreding en vervluchtiging van de landbelofte.




Hij heette Johan. Hij kwam uit een christelijk gezin, maar ging niet meer naar de kerk. Een dominee had hem als jongen behoorlijk gekleineerd. Toch was hij lid van onze gemeente gebleven. Daarom stond hij nog in de Gemeentegids. Ik er op af. Hij was nog maar kort geleden getrouwd met een heel aardige jonge vrouw. Ze lieten me hartelijk binnen.
We zeggen het wel eens: God is hoog verheven én Hij is heel dichtbij. Of – met andere woorden - God is groter dan het universum en tegelijk dichterbij dan onze ademhaling. Als je die gedachten op je in laat werken dan is dat niet te bevatten. Bij het nadenken daarover zou de verleiding kunnen ontstaan om of zijn nabijheid weg te denken of zijn verhevenheid niet serieus te nemen. In het eerste geval wordt God onbereikbaar en in het tweede geval valt Hij zo’n beetje samen met onze werkelijkheid.
In Matthys zyn Loop, een dorpje in het voormalige KwaNdebele, Zuid-Afrika, was een kleine gemeente. Een paar gezinnen kwamen regelmatig naar de kerk. Een paar jongelui waren actief in het zondagsschool- en jeugdwerk.