In het Nieuwe Testament komen we hem tegen,  Jakobus, de broer van Jezus. Hij is zonder meer een persoon die tot de verbeelding spreekt. Maar wat weten we van hem? In deze korte serie artikelen richten we de lens op hem.

 

Martelaarschap

In zijn historisch werk ‘Joodse Oudheden’ bericht de Joodse geschiedschrijver Flavius Josefus in een naar het lijkt ooggetuigenverslag over de terechtstelling van Jakobus en enkele andere gelovigen in het jaar 62. Josefus vertelt, dat op het moment dat er geen Romeinse procurator in Judea is, de hogepriester Annas – zoon van de Annas uit de lijdensgeschiedenis van Jezus – zijn kans grijpt om zich van Jakobus, de leider van de messiaanse gemeente in Jeruzalem, te ontdoen. Blijkbaar ziet Annas met name Jakobus als een bedreiging. Als leider van de fractie van de Sadduceeën in de hoogste Joodse Raad, het Sanhedrin, laat hij Jakobus en enkele anderen door het gerechtshof veroordelen voor het overtreden van de Wet. Hij levert hen daarmee uit aan steniging, als de hoogste straf voor een religieus vergrijp. En aldus geschiedt.

In de zomermaanden verschijnen enkele interviews met gemeenteleden uit het Noorden. Hoe ziet hun zomervakantie er uit? Waar gaan ze naar toe, wat doen ze, wat eten ze, hoe komen ze tot rust? Deze keer zijn we in gesprek met Eize en Akke Froukje Boonstra uit Oudehaske. Ze zijn ruim twee jaar getrouwd en ze kerken bij de CGKv in Sneek.

 

Waar ga je deze zomer op vakantie? En hoe?

We gaan dit jaar op (verlate) huwelijksreis naar Noorwegen, hier gaan we met de veerboot vanuit Duitsland naartoe om vervolgens een roadtrip te maken met eigen auto.

 

Veel spreekwoorden en gezegden die wij in onze taal gebruiken, vinden hun oorsprong in de Bijbel. In deze rubriek proberen we van een aantal daarvan de herkomst te achterhalen.

 

Het is een aanfluiting!

 

Deze uitdrukking wordt regelmatig gebruikt in onze tijd. Er wordt mee bedoeld dat iets schandalig slecht is. We gebruiken het woord voor gebeurtenissen in de politiek, de sport, en gaan dan weer over tot de orde van de dag. Het gaat niet zo diep. De gebeurtenis op zich wordt snel weer vergeten. Iemand slaat op dat moment een modderfiguur. Een volgende keer zal het vast beter gaan. Hoewel, zo’n blunder kan je tegenwoordig tot in lengte van dagen achtervolgen.

Paulus was een belangrijk man. Diep gelovig, misschien wel wat eigenzinnig, maar toch. Hij heeft veel mogen betekenen voor de nieuwe gemeenten op zijn zendingsreizen. Vol van de Heilige Geest sprak en schreef hij. Zijn brieven zijn ook voor ons van groot belang. Kortom, je zou kunnen zeggen dat de aandacht in christelijke gemeenschappen, de ‘spotlight’, sterk op de persoon Paulus en zijn werk gericht is. Paulus was zich daar vast van bewust en haalt dat idee gelijk onderuit. Hij doet dat met herkenbare voorbeelden.

 

Een van de voorbeelden die Paulus in zijn brieven aanhaalt is die van een wedstrijddeelnemer. Bijvoorbeeld een marathonloper. Hij loopt die 42 kilometer, maar tijdens die loop staan er op geregelde afstand helpers langs de weg, die hem voorzien van eten en drinken. Zo heb je bij de Tour de France renners die niets anders doen dan de toppers behulpzaam zijn. Daar hebben ze een toepasselijke naam voor bedacht: ‘waterdragers’. Dat doen ze dan ook daadwerkelijk. Het lijkt zo simpel, maar dat is het niet. Het is afzien en je continu dienstbaar opstellen voor de ander. Zonder die hulp zou Paulus die wedstrijd nooit uit kunnen lopen. Hij wil daarmee zeggen dat ook de minder in het oog springende taken van wezenlijk belang zijn. Zo is het ook met de voortgang van het evangelie. Daar kunnen we van leren.

 

In de Bijbel lezen we ook van zo’n waterdrager: Barnabas, een levitische Jood uit Cyprus. Een belangrijke helper van Paulus en van de gemeente te Jeruzalem. Het eerste wat we van hem lezen is dat hij een akker verkocht ten bate van de armen. Zomaar!? Wanneer je vervolgens wat activiteiten van Barnabas op een rij zet, raak je meteen onder de indruk van zijn inzet voor de verbreiding van het Evangelie.

 

Lees maar mee:

Zijn vader werkt voor de Amerikanen en wordt vermoord door de Taliban. Daarna komen ze bij hem aan de deur. Jumaa-Khan weet: wegwezen. Zo ver mogelijk. Hij arriveert in Nederland, maar het is 2015 en Afghanen maken hier weinig kans op asiel. En als hij zich in 2019 bekeert, lijken de problemen helemaal niet meer te overzien. Jumaa-Khan dreigt te worden teruggestuurd naar een land waar hem als christen executie kan wachten.

 

Jumaa-Khan is Hazara, een bevolkingsgroep die in Afghanistan al lang wordt onderdrukt en vervolgd. Zijn jeugd is er een als zovele Hazara eind vorige eeuw meemaken. Vanaf een jaar of acht, negen gaat hij aan het werk. Gipsen beeldjes gieten in Iran, waar het gezin tijdelijk woont. Daarna werkt hij er in een recycling fabriek.

 

Commentaar

  • Meer of minder bijbellezen?! 2022-09-23 17:57:22

    Het Nederlands Bijbelgenootschap publiceerde deze week een onderzoek naar het bijbelgebruik in...

  • Bidden in het openbaar 2022-09-09 17:51:49

    Ik weet niet hoe u dat ervaart, maar het voelt vaak wat ongemakkelijk: in een restaurant zitten en...

  • Campings en kinderkampen 2022-08-27 13:23:12

    Geen zomer zonder een paar dagen op De Sikkenberg. Onze dochter heeft op die camping in Onstwedde...

  • Make peace not war 2022-08-18 18:26:45

    De naoorlogse generatie, waartoe ik behoor, heeft een rustige, vreedzame tijd beleefd. Mijn ouders hadden...