Na het eten zet de boer zijn pet op. ‘ Ik loop nog even naar het vee,’  zegt hij tegen zijn vrouw. Dat waren zijn laatste woorden.
De man die me deze geschiedenis wil vertellen slikt en zijn ogen worden vochtig. Hij kucht en wil me dan toch meenemen in het verhaal.

Hoewel het zomer is, is deze dag koud. De noordenwind doet het riet aan de waterkant buigen. We zijn op weg naar de kerk. Het zal geen gewone dienst worden. Ook niet in een kerkgebouw. Maar in de openlucht. Met als hoogtepunt in de dienst het dopen van Eefke Marije, de dochter van een jonge boer en zijn vrouw. Naast de gemeente als getuige staan de koeien rondom het gebeuren te grazen of het gras te herkauwen.

n.a.v.  Hebreeën 11

 

Ken je Tijl Uilenspiegel?

Volgens de volksverhalen was Tijl Uilenspiegel een deugniet die - vrij als een vogel -

in de zestiende eeuw door de Nederlanden en Duitsland trok.

Iedereen die hij tegenkwam hield hij voor de gek met zijn streken. Of Tijl Uilenspiegel echt geleefd heeft, is nog maar de vraag. De eerste verhalen rond deze kwajongen verschenen rond 1500 in Duitsland. Herman Bote, stadsklerk van Brunswijk, schreef een aantal grappige anekdotes over

een persoon genaamd: ‘Adyl Ulenspeghel’.

Wellicht is hij de geestelijke vader van deze Middeleeuwse grappenmaker.

De coronacrisis laat zien dat een grote kerkelijke gemeente ook keerzijden heeft. Laten kerken zich bezinnen op mogelijkheden tot het verkleinen van de gemeenschap.

De coronacrisis heeft in het afgelopen jaar kernelementen van gemeente-zijn geraakt. Kerkgang en zingen werden veelal aan banden gelegd. Kerken moesten creatief worden in de vormgeving van kerkdiensten en het gemeenteleven. Zo heeft corona de mogelijkheid geschapen om kerkstructuren en gebruiken te doordenken. Wat vinden we waardevol en wat moeten we misschien loslaten? De vraag hoe een kerk gemeenschap is en hoe groot die gemeenschap is, ligt mijns inziens ook op de bezinningstafel. 

In het vorige artikel is aangegeven dat het verbod op doodslag betekent dat je niet wederrechtelijk iemand het leven mag benemen. Dat houdt dus in dat er geen absoluut verbod op doden is. Doden kan gerechtvaardigd zijn.

 

God heeft in zijn gevallen wereld noodordeningen gegeven. Dat zijn ordeningen die noodzakelijk zijn om het kwaad in de wereld in te dammen. Dit kwaad kan een oorlog rechtvaardigen.

Op grond van dit gebod kun je dus niet zeggen dat een christen een pacifist moet zijn. Het gebod verbiedt het wederrechtelijk doden van de naaste. Het woord dat in de grondtekst wordt gebruikt voor doodslag, wordt nooit gebruikt voor oorlogshandelingen.

 

Van de bekende kookdominee Han Wilmink een recept uit de vijfde en herziene druk van Bijbels Culinair uit een menu voor een warme zomerdag buiten in de tuin of op het terras. Het is een van de gerechten in het spoor van aartsvaders en aartsmoeders. Dit gerecht zou zomaar kunnen komen uit de tent van Abraham. Het hele menu bestaat uit vijf gangen: een trio van kikkererwtenpuree, salade van gebroken tarwe en rode linzensoep, geroosterde kruidige lamsspiesen en als dessert yoghurt met honing, walnoot en granaatappel. Ik geef hierbij alleen het recept van de geroosterde kruidige lamsspiesen.

Commentaar

  • Dienen in de kerk 2021-10-22 14:50:11

    Onlangs vergaderde de classis Leeuwarden. De verslagen vanuit de classiskerken geven altijd...

  • Kerk in de wereld 2021-10-08 17:46:24

    Soms lees je iets waarvan je denkt: ‘ja, daar gaat het toch eigenlijk om.’ Onlangs las ik de...

  • Israël 2021-09-24 17:39:46

    Op zondag 03 oktober besteden we als kerken (extra) aandacht aan de band tussen Israël en de kerk. De...

  • Repeterende breuken 2021-09-10 17:09:49

    Toen in Afghanistan opnieuw een zelfmoordaanslag van de IS was verzuchtten we: Houdt het nu nooit...