Soms dringt iets plotseling tot je door. Iets dat al lang sudderde. Een paar maanden geleden las ik in de krant over de  ramadan die aanstaande was. De heilige maand van de moslims. De ramadan is een van de vijf pilaren van de islam. Van zonsopgang tot zonsondergang wordt er een maand lang niet gegeten en niet gedronken. Ik had ook gehoord dat er mensen waren die al die dertig dagen samen kwamen om voor de moslims te bidden. En ineens dacht ik, daar wil ik aan meedoen. Waarschijnlijk kwam het doordat ik regelmatig in contact was met  verschillende moslimfamilies. Van een afstand is het niet moeilijk om af te rekenen met al die buitenlanders en in het bijzonder met de moslims. Het voelt ook bedreigend. Maar als je dichterbij komt wordt het oordelen een stuk moeilijker. Net als in dat verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Die priester en die Leviet maakten zich er makkelijk vanaf: gewoon uit de buurt blijven. Maar door de gelijkenis maakt Jezus ons duidelijk dat uit-de-buurt-blijven niet onze opdracht is.

Nee, ik ga deze plek niet gebruiken om te praten over mijn of uw domheid. Als het om mijn domheid gaat zou deze column al te kort zijn. Waar ik dan wel over wil schrijven? Over de Berlijnse Dom. Ja, als een mens op vakantie gaat dan ziet en hoort hij nog eens wat. En zo ook ondergetekende. Van buiten gezien is het zeker niet het indrukwekkendste gebouw. Maar loop je naar binnen – voor een schappelijk aantal euro’s mag dat – dan heb je even ogen te kort. Als ik een Rooms-katholieke kerk of kathedraal binnenstap word ik over het algemeen overvallen door pracht en praal. Mooie beelden. Gebrandschilderde ramen. Plekken waar wat kaarsjes branden. Je wordt in de gewijde stilte vanzelf ook wat stil, devoot. Het bijzondere is dat de Berlijnse Dom geen Rooms-katholieke kerk is maar een luthers-gereformeerd kerkgebouw. Het is een protestantse kerk waar je ‘u’ tegen zegt. Prachtige ramen, beelden van o.a. Luther en Calvijn. Een indrukwekkende koepel waarin de Bergrede met de acht zaligsprekingen zijn afgebeeld. En niet te vergeten een indrukwekkend orgel. Werkelijk een prachtige kerk. Klim naar boven – die gelegenheid is er – en jou wordt een prachtig uitzicht over Berlijn geboden. Daal af in de crypte waar vele vorsten en hun familie zijn bijgezet. In die duistere crypte liep ik rond. En terwijl ik naar de kisten keek werd mijn oog getrokken door een beeldhouwwerk. Een kruis, een doek erover gedrapeerd, een engel daarvoor. De engel komt me vanaf het kruis groetend tegemoet lopen. Eronder staan de woorden: ER IST NICHT HIER. ER IST AUFERSTANDEN. Hij is hier niet. Hij is opgestaan.

Onlangs bezocht ik het Drents Museum te Assen. Daar zijn op dit moment fragmenten van de Dode Zeerollen te bezichtigen, waaronder Bijbelse manuscripten. Ze zijn ruim tweeduizend jaar oud. Documenten die getuigen van God. Gevonden in 1947 en 1956 in de grotten nabij Qumran.

Het museum herbergt ook de zogenaamde veenlijken die in het Drentse veenmoeras hebben gelegen. Eén veenlijk wordt Het meisje van Yde genoemd. Ook een slordige tweeduizend jaar oud. Een meisje dat door geweld om het leven is gebracht. Als offer, voor straf of om andere redenen. Zestien lentes jong werd ze gedood en in het moeras geworpen. Gevonden in 1897.

Maandag 12 augustus 2013 overleed toch nog plotseling prins Friso, de tweede zoon van prinses Beatrix en prins Claus. Na het skiongeval in februari 2012 was hij nooit meer bij kennis geweest. Uiteindelijk werd dit ongeluk hem fataal. Net als bij zijn voorvader waarnaar hij vernoemd was. Johan Willem Friso, prins van Oranje, stadhouder van Friesland. Die kwam om op 14 juli 1711 bij de oversteek van het Hollands Diep bij Moerdijk. Een plotselinge windvlaag deed het schip kapseizen met als tragisch gevolg dat de prins verdronk.  De begrafenis van onze Friso vond in besloten kring plaats. Dat is goed aangevoeld, want Friso hoorde vooral bij zijn moeder, bij zijn broers, bij zijn echtgenote en bij zijn kinderen.

Mijn vrouw zoekt altijd rond de jaarwisseling onze zomervakantiebestemming uit. Zo zijn we deze keer in Zeeland beland. Om precies te zijn Noordwelle. Een dorpje in de buurt van Renesse op Schouwen - Duiveland. We hebben het getroffen. Een mooi appartement in een boerderij, veel zon, prima strandweer, lekker fietsen, boek lezen, musea bekijken (o.a. watersnoodramp 1953), braderieën bezocht, kortom allemaal dingen die een vakantie leuk kunnen maken en waar je normaal gesproken bijna niet aan toe komt.

 

Toen we vrijdags op onze vakantiebestemming aankwamen en ons meldden bij de eigenaresse lag daar op de tafel het op die dag verschenen nummer van De Wekker. Het veertiendaagse magazine van onze kerken. Ik vertelde dat hij ook vandaag in onze brievenbus zou worden bezorgd maar dan in Dokkum. Direct een blijk van herkenning. Ze beloofde dat zodra zij en haar man hem gelezen hadden wij hem wel konden krijgen. ’s Avonds lag De Wekker al op de tafel voor ons appartement. Doen wat je belooft. Heeft dat iets van de geur van Christus?

 

Wanneer ik in een dorp of stad kom en de deur van de kerk staat open, heb ik de gewoonte om er even binnen te kijken en als het kan een gesprekje aan te knopen met de gastheer of –vrouw die daar rondloopt. Zo ook deze keer. Een grote monumentale kerk in een stadje op Schouwen. De grafzerken laten zien dat er veel vooraanstaande burgers begraven liggen. Op mijn vraag hoeveel van de drieduizend zielen tellende gemeente zondags in de kerk zitten, antwoordt mijn gastvrouw: ‘Hooguit veertig, maar de vrijgemaakte kerk hier zit wel vol. Bij welke kerk zit u?” Wij antwoorden: ‘Bij de CGK.’ ‘Dat is ook een goeie,’zegt ze. De geur van Christus?

 

Zondags naar de kerk in Haamstede. ’s Ochtends zat de kerk meer dan vol. Veel vakantiegangers natuurlijk. Want ook op zondag wil je dat Woord van God niet missen. Na afloop van de dienst is er koffiedrinken. Wij zitten nog maar net aan de koffie of een aantal gemeenteleden komt bij ons staan en zo ontstaat er een gesprek over de preek, waar we vandaan komen, enz. Heel hartelijk allemaal. De geur van Christus?

Ondanks het feit dat de gemeente vacant is, houdt de predikant ’s avonds een preek over zondag tien van de Heidelberger Catechismus. De meesten van u zullen wel weten waar dat dan over gaat. Namelijk de voorzienigheid van God. Omdat grote delen van Zeeland in de biblebelt ligt en juist in die gebieden de mazelenepidemie heerst , legt de  predikant de nadruk op de woorden: . . . .  dat gezondheid en ziekte, ja alle dingen niet bij geval maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen. Op een tere manier wordt duidelijk gemaakt dat we de Heere ook niet mogen verzoeken (denk aan de verzoeking van onze Heiland in de woestijn), maar dat we ook onze eigen verantwoordelijkheid hebben.  De geur van Christus?

 

Wat mogen we toch veel in de Woordverkondiging ontvangen. Maar tegelijkertijd ook: wat mogen we veel in de zondagse diensten bij de Heere brengen. Alleen daarom zou ik ook in vakantietijd de  zondagse diensten niet graag willen missen. Want je mag aan het begin van de dienst direct al je afhankelijkheid betuigen, je mag bidden en danken, je mag psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingen, je mag je gaven geven in de collectezak en je geloof belijden. De hele dienst is een wisselwerking tussen mij en God. En in al die dingen mogen we de geur van Christus verspreiden.

 

Dokkum
Pieter Sijtsma

Commentaar

  • Een nieuwe gelijkenis 2022-12-02 19:21:49

    Soms kan het gebeuren dat je een Bijbelverhaal met nieuwe ogen gaat bekijken. Zo gebeurde het bij...

  • De gasprijs en de kerkzaal 2022-11-17 19:08:21

    De stijging van de energiekosten houdt ons allemaal bezig. We zetten de kachel een graadje lager,...

  • Beroepingswerk 2022-11-04 18:21:30

    Als er in een kerkelijke gemeente een vacature is voor de functie van predikant, dan gaat die...

  • Mahsa Amini 2022-10-20 18:06:56

    Ik kom er niet los van, van wat ik hoorde over Mahsa Amini, die door de moraalpolitie werd...