Afgelopen week deed ik mee aan de Week van Gebed. Elke avond waren we bij elkaar om bemoedigd te worden door het Woord van God, om de Here te prijzen in onze liederen en vooral om de Hem aan te roepen met dankzegging en voorbede. Iedere avond kwamen de deelnemers vanuit heel de stad en vanuit verschillende kerken en gemeenten bij elkaar. Een bonte verzameling christenen in Christus verbonden. Kerkmuren vallen weg. Een Pinsterbroeder buigt het hoofd samen met een rechtgeaarde Gereformeerde, een Evangelische tezamen met een Reformatorische. Dat is goed en zeer bemoedigend. Tegelijk schrijnt er in die week wel iets.

Hoe ziet een gulle gever eruit? Dat kan ik u vertellen. Het stond immers in de krant. “De doorsneedonateur in Nederland is een vrijgezelle of gescheiden protestantse vrouw of man die elke zondag naar de kerk gaat en woonachtig is in Noord- of Zuid-Holland, Gelderland of Flevoland” (Trouw, 17 januari 2011). Gelukkig gaat het hier om een doorsnee donateur. En dat betekent gelukkig niet dat de meeste lezers van dit blad hun hand op de knip houden. Het gaat hier overigens niet om de vaste vrijwillige bijdrage maar om de bereidheid geld af te staan voor goede doelen. Het is interessant in genoemd artikel te lezen dat hoe vaker mensen naar de kerk gaan, hoe vaker ze donateur zijn.

Get the feelin’. ‘t Gevoel, daar gaat het allemaal om tegenwoordig. We leven van de ene gebeurtenis naar de andere en wat vooral belangrijk is, is dat jíj erbij was. Dat je meegenomen werd in die golf van gevoel en adrenaline; er met kippenvel en tranen ooggetuige van bent geweest. Dat je trots kunt vertellen dat jij er ook bij was: “Ja, ik was ook bij dat legendarische concert, echt onvergetelijk!”, “Tuurlijk heb ik die film gezien, wat een ervaring hè.”
Helaas dreigt ook het kerstfeest niet aan deze tijdgeest te ontkomen. Kerst moet, want Kerst betekent gezelligheid, sfeer, een feestelijk gedekte tafel, mooie muziek, het knusse van het samen weer zingen van al die oude kerstliederen, de kerstboom met ballen en een piek, de kerststal, sneeuw en ga zo nog maar even door. Het is zelfs bijna onmogelijk om je er aan te onttrekken. Als je niet, feestelijk gekleed, meegaat naar een kerstnachtdienst en de fantastische sfeer niet in je op wilt zuigen, dan ben je ronduit een spelbreker. Nee, we willen alles wat er bij hoort meepakken, het gevoel maximaal genieten.
Mede daardoor zijn rond Kerst de kerken bijkans te klein om alle belangstellenden te herbergen. Sommige kerken gaan zelfs over tot dubbele diensten of het gebruik van plaatsbewijzen. Het is natuurlijk ook een overweldigende ervaring om zo’n ontwapenend kinderkoor gewapend met kaarsjes al zingend de feeëriek verlichte kerk binnen te zien en horen komen. Als vanzelf wellen de tranen op. Ook de korte meditatie over ‘vrede op aarde’ was overigens prima: “Ja, d’r is een hoop narigheid in deze wereld. Fijn dat we daar met Kerst niet aan hoeven te denken, ’t gaat nu toch om vrede nietwaar.”
Na zo’n ‘feel-good’-ervaring kun je er minstens weer een jaar tegenaan.

Sinds ik als emeritus predikant in diverse gemeenten voorga, merk ik dat steeds meer kerkenraden worstelen met de kerkgang van veel van hun gemeenteleden. Of beter gezegd: met het verzuimen van hun kerkgang. Met name tijdens de middag- of avonddienst. Soms wordt me voor zo’n dienst al voorzichtig gezegd dat de banken (of stoelen) aanmerkelijk dunner bezet zullen zijn dan in de morgendienst. Men wil mij kennelijk de schrik voor een bijna lege kerk besparen. En inderdaad schrik je er wel eens van en vraag je je af: waar zijn nu al die broeders en zusters, jongens en meisjes die vanmorgen present waren? Meer dan eens spreken kerkraden in een gesprekje na de dienst hun zorg over deze ontwikkeling uit. Want hier is inderdaad sprake van een ontwikkeling, een doorgaand proces. De teruggang van het aantal wegblijvers vindt niet in één sprong plaats, maar voltrekt zich langzaam maar zeker. Het lijkt wel of de een de ander aansteekt om de tweede dienst maar thuis te blijven.

Verscheidene gemeenten kennen een nauwer samenleven met een gereformeerde kerk (vrijgemaakt). Zij hebben daarvoor toestemming gevraagd aan de classis en verkregen. Dat samenleven komt onder meer tot uiting in het voorgaan van de predikant van de ene plaatselijke gemeente in de eredienst van de andere gemeente. Ook kunnen predikanten voorgaan van andere plaatselijke kerken waar dezelfde verbondenheid tot stand is gekomen. In sommige plaatsen heeft dit geleid tot een samenwerking waarbij de beide kerken gezamenlijk de erediensten houden en de kerkenraden samen vergaderen. Voor deze vormen van onderlinge verbondenheid is de toestemming van de classis nodig.
De laatstgehouden generale synode van onze kerken heeft echter besloten dat bij het voorgaan van een predikant van een gereformeerde kerk (vrijgemaakt) de tussenkomst van de classis niet meer nodig is. Maar dat geldt niet alleen in het geval van deze dienaren van het Woord. Ook predikanten van een ander kerkverband kunnen worden uitgenodigd. Wel moet de generale synode van onze kerken dan over dat andere kerkverband hebben uitgesproken dat het zich in alles wil stellen op de grondslag van het Woord van God en de gereformeerde belijdenis.

Commentaar

  • Verslavingen 2024-07-12 17:57:04

    Ruim een op de vijftien jongeren gokt weleens online, zo blijkt uit een onderzoek van het...

  • All Nations 2024-06-28 17:42:30

    Vorige week was ik met een groep studenten van de Theologische Universiteit Apeldoorn bij All...

  • Op weg naar de GS 2024-06-15 10:09:55

    Als dit kerkblad verschenen is, is het bijna zover dat de Generale Synode bijeen komt in...

  • Genoeg is genoeg! 2024-06-02 12:35:18

    Na een verjaardag waarbij de hele familie gezellig langs is gekomen en iedereen gezellig is en...