Rechtspositie van geestelijke functionarissen
Op 5 september jl. is mr. Pieter Pel, advocaat te Hattem, gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit van Groningen. De titel van zijn proefschrift was Geestelijken in het recht. Enkele overwegingen naar aanleiding van een belangrijke studie.
Kerken kennen hun eigen rechtsregels. In het geval van de Christelijke Gereformeerde Kerken is dat de kerkorde met de verschillende bijlagen, in het geval van de Rooms-Katholieke Kerk is dat de codex iuris canonici en bij de Islamitische groeperingen is dat de sharia (waarvan ik overigens niets weet).




Vorig jaar voelde ik het even, een klein beetje angst. Op een zondagmorgen woonden we een doopdienst bij. De meeste dopelingen hadden een islamitische achtergrond. Een van hen was zelfs een voormalige Iman. Er was ruchtbaarheid aan de dienst gegeven. Niet iedereen zat lekker. Maar er gebeurde niets.
Het idee dat God mens is geworden is voor ons niet te vatten. We doen er van alles aan om Jezus ‘op te hemelen’. Zijn goddelijke glorie moet er toch constant wel doorheen stralen. Wie de Bijbel serieus neemt moet constateren dat Jezus voluit mens is geworden. Er zijn maar enkele teksten in het Oude Testament die iets van zijn goddelijke glorie suggereren. De meesten daarvan ook nog weer in verband met zijn koninklijke afkomst en status. Veel vaker echter tekent het Oude Testament hem als mens, als de verguisde en vergruisde mens. Jesaja 53 geeft daarvan wel de meest aangrijpende tekening.
Een ‘vrolijke ruil’, zo noemde Luther wat Christus voor de zijnen heeft gedaan. Hij nam hun schuld en zonde, zij ontvangen zijn gerechtigheid.