Ons hart: goede of slechte aarde? (2)
In het vorige artikel kwam aan de orde dat we rentmeester zijn van ons hart. Ons hart bevat allerlei delen waarvan we ons niet of half bewust zijn. Die met elkaar kunnen conflicteren. Waar soms zomaar iets uit opwelt waar we eerder geen idee van hadden.
We kunnen als christen soms moedeloos zijn. Het geloof lijkt zo weinig te bieden. Ja, natuurlijk, verstandelijk gezien biedt het wat houvastpunten: Jezus wederkomst, Gods vergeving. Alhoewel, aan dat laatste kunnen we ook zomaar weer gaan twijfelen omdat we zo weinig liefde bij onszelf opmerken, laat staan vreugde en vrede. We vinden het soms lastig om te vergeven, het zou eigenlijk wel moeten. We kunnen het moeilijk vinden om geen porno meer te kijken, onze driftbuien achter ons te laten, onze werkdrift te beteugelen, om zonder angst en controle te leven. De dominee op de preekstoel kan ons wel vertellen dat we het kwade moeten nalaten en het goede moeten doen… Maar onze goede werken moeten soms of vaak uit onze tenen komen (en blijkbaar ergens uit onszelf, op eigen, uitgeputte kracht). En het kwade of zondige blijft zo onweerstaanbaar.




Mogen de discipelen nu wel of geen stok meenemen op hun reizen? De ene evangelist zegt dit, de andere dat. Wat heeft Jezus zijn discipelen nu echt opgedragen? Augustinus heeft daarop een antwoord geformuleerd in zijn harmonie van de vier evangeliën.
De tweede kerkelijke feestdagen worden tegenwoordig vaak gebruikt voor familiebezoek en bezoek aan de woonboulevards. Kerkelijke bijeenkomsten worden op die dagen steeds minder bezocht en dan hoor je op kerkelijke vergaderingen nogal eens de verzuchting dat het met het christelijk geloofsleven hard achteruitgaat. Ikzelf heb in al die jaren dat ik predikant ben nooit kerkdiensten gehad op de tweede kerkelijke feestdagen en dat is mij altijd zeer goed bevallen. Maar dan blijft de vraag of dit dan een achteruitgang is van het christelijke geloofsleven.