De arme mensen in onze samenleving verdienen onze speciale zorg. Dat is niet alleen een verantwoordelijkheid die we dragen, het is ook christelijke plicht. Op dagen als biddag mogen we ons bewust zijn van al het goede dat we van God ontvangen, maar tegelijkertijd mogen we ook nadenken over het uitdelen. Al het goede dat ons gegeven wordt, moeten we delen met onze naaste. Dat is zelfs essentieel. Daarmee ontfermen we ons niet alleen over onze naaste, we dienen er op een belangrijke manier God mee. De Voedselbank is wat dat betreft een prachtige instelling: de direct gegeven steun biedt verlichting aan de armen en meest kwetsbaren in onze samenleving.

Per ongeluk is in het voorlaatste nummer de mededeling weggevallen, dat we met de rubriek ‘Onze broers en zussen’ een langer lopende serie beogen.

 

Asielzoekers moeten meestal heel lang wachten voor ze te horen krijgen of ze in ons land mogen blijven of dat ze weer moeten vertrekken. Soms duurt het wachten wel vijf jaar, of zelfs langer. Slopende jaren. Naast het lange wachten worden vluchtelingen ook veelvuldig verplaatst. Dat ervaren ook Roneela en haar twee reisgenoten. Maar er zijn ook lichtpuntjes. Telkens waren er overal christenen die hen opzochten, naar hen luisterden en hulp aanboden.

De Librisliteratuurprijs winnen met een boek dat eigenlijk een onderzoek is naar religie. Het kan nog steeds. In 2013 kreeg Tommy Wieringa deze prijs voor zijn boek Dit zijn de namen. Een boek dat allerlei facetten van godsdienst en geloven onder de loep neemt. Krijgt het de kern te pakken?

Wieringa schreef eerder Joe Speedboot en Caesarion . Vooral dat eerste boek is populair bij middelbare scholieren. Beide boeken werden geprezen om hun taalgebruik. Dit zijn de namen is van een ander kaliber. Het leest nog steeds als een trein en de beeldspraak is origineel maar het boek doet een hogere greep.

 

In het vorige artikel is aan de hand van een diagnose geprobeerd vast te stellen wat de oorzaken zouden kunnen zijn waarom ambten niet vervuld kunnen worden. Maar we zijn daar niet in blijven hangen. Het moet weer worden ‘onze’ kerk. Wanneer ik een levend lidmaat ben dan heb ik daar een taak in. Die kan heel divers zijn. In deze bijdrage gaat het om de vervulling van de ambten.

Hij heette Ebel. Hij was zo'n 20 jaar, enige en nog ongetrouwde zoon van een weduwe. Hij had pas verkering met een leuk meisje, verpleegster in het AMC te Groningen. Onverwacht kreeg hij een ernstige kanker. Hij werd erg ziek en opgenomen in het ziekenhuis. Zijn moeder verbood iedereen, ook mij, met Ebel te praten over het erge van zijn ziekte. De dokters konden niets meer voor hem doen. Het zou sterven worden.

 

Ik ging hem bezoeken. We praatten over van alles en nog wat, behalve over de ernst van zijn ziekte. Het waren geen echt fijne gesprekken. Na een paar bezoeken hield ik het niet meer vol. Voor mij was het of ik steeds zat te liegen aan zijn bed. Ik ging naar zijn moeder toe en zei haar, dat ik dit niet meer volhield, vol kón houden. Ebel had er recht op te weten, hoe het er bij stond. Ik deelde zijn moeder mee, dat ik er voor zou zorgen dat haar zoon zijn situatie te weten zou komen. Ze sputterde erg tegen, maar ik bleef bij mijn standpunt.

Commentaar

  • Dienst der offerande 2026-02-27 08:47:52

    In de ene kerk wordt er meer vorm en inhoud gegeven aan het collectemoment dan in de andere. Tot...

  • (Ont)lezing 2026-02-14 10:07:29

    Op mijn vorige commentaar (‘Je eigen bijbeltje’, oktober 2025) kreeg ik verschillende reacties....

  • Een huis tegen zichzelf verdeeld 2026-01-31 13:29:44

    Zoals het velen bezighoudt, geldt het ook voor mij. Het gebeuren rond het mogelijke scheuren van...

  • Als de feestdagen voorbij zijn 2026-01-16 18:45:46

    Afgelopen maand vierden we Kerst. In de kerk stonden we stil bij Jezus’ komst naar deze wereld....