Op 9 juni zijn er verkiezingen. De campagne is inmiddels in volle gang.
Het worden spannende verkiezingen. Welke partij wordt het grootst? Hoe groot wordt de PVV van Geert Wilders? Welke partijen gaan samen regeren? Wordt het een coalitie van 3 of zelfs van 4 partijen?
Ze zeggen dat er wat te kiezen valt. Want we leven nog steeds in crisistijd. Er moet flink bezuinigd worden. Nederland moet echt op de schop. Het roer moet echt om. We leven in een spannende tijd. Liever gezegd: we staan in Nederland voor een aantal grote uitdagingen.
Maar de echte verkiezingsvragen liggen wat mij betreft niet op het financi?le vlak: hoeveel moet er bezuinigd worden. Of op het internationale vlak: hoeveel wil Nederland uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking? Of op het kennisvlak: wordt er bezuinigd of wordt er ge?nvesteerd in onderwijs en onderzoek? Nee, de echte en diepere vraag ligt op het relationele vlak. Die vraag gaat over vertrouwen tegenover angst.

Angst voor het onbekende speelt bij veel mensen bewust en onbewust een grote rol. Nederland is onderdeel van Europa, het is onderdeel van de hele wereld. De crisis die in Amerika begon heeft hier ook grote effecten. De vulkaan op IJsland legt het hele vliegverkeer in Europa dagen plat.
Sommige politici zijn meesters in het onder woorden brengen van die vaak onbewuste gevoelens van onbehagen en angst. Pim Fortuijn kon dat goed, Geert Wilders kan dat als geen ander. Vervolgens gebruiken dit soort politici stoere taal met grote woorden. En zo-doende versimpelen ze vaak de werkelijkheid.
Door deze drie dingen: het verwoorden van gevoelens van onbehagen en angst, het gebruiken van stoere taal en het versimpelen van de werkelijkheid, trekken dit soort politici vaak veel stemmen.

Wat is een goede preek? Als het hart van de eredienst naar reformatorisch besef de prediking van het Evangelie is ? en dat is het naar mijn overtuiging ?, dan is dit een belangrijke vraag. Het is toch de worsteling en het gebed van iedere door God gezonden predikant om in de verkondiging het Woord van God zo duidelijk en getrouw mogelijk aan het woord te laten komen. Maar wanneer kun je dan zeggen: mijn preek was goed? Wie bepaalt dat?
In de Rooms Katholieke Kerk heeft men zich ook met deze vraag bezig gehouden. In zijn boek met de titel 'Het Woord van God' geeft aartsbisschop Nikola Eterovic, secretaris-generaal van de bisschoppensynode, suggesties over hoe priesters en diakenen hun preken kunnen verbeteren en de aandacht van hun hoorders kunnen vasthouden. Tegelijk geeft hij daarin zijn mening weer over wat een goede preek is. Een goede preek, zegt hij, duurt niet langer dan acht minuten. Nu zou je dit een priv?mening kunnen noemen, ware het niet dat het Vaticaan deze mening over heeft genomen en de geestelijken aanbevolen heeft deze opvatting in praktijk te brengen.
Misschien vraagt iemand zich af: waarom moet dit in een commentaar vermeld worden? Zo denken ze er blijkbaar in de Rooms Katholieke Kerk over, maar daar hebben wij toch niets mee te maken? Dat kunnen we gerust voor kennisgeving aannemen. Er zijn belangrijker dingen dan je druk maken over hoe men vanuit Rome bepaalt wat een goede preek is.

Vorige week is Lucia de B door de rechtbank in Arnhem vrijgesproken. Zal zij ooit vrij zijn nadat ze, na een veroordeling als seriemoordenaar, meer dan zes jaar in de cel gezeten heeft, vaak vernederend behandeld en afgeschilderd als een engel des doods?
Het begon in 2001 toen in het Juliana Kinderziekenhuis waar Lucia werkte een baby op on-verklaarbare wijze overleed. Collega?s suggereerden dat Lucia er de hand in had gehad. En niet alleen in de dood van dit kind. De toenmalige directeur van het ziekenhuis schakelde om die reden justitie in. Het Hof in Den Haag oordeelde in 2004 dat seriemoord was bewezen en veroordeelde Lucia tot levenslang.
Het Hof in Arnhem kwam tot een ander oordeel. Lucia is onschuldig en werd het slachtoffer van vooringenomenheid en negatieve beeldvorming.
Na de uitspraak van de rechtbank heb ik met grote verbazing het interview met de oud-directeur van het Juliana Kinderziekenhuis gezien. Ik heb er geen spijt van dat ik in 2001 jus-titie heb ingeschakeld, zei hij. Ik zou het weer doen, voegde hij eraan toe.  

Op mijn vorige commentaar kreeg ik naast wat bijval uit de hoek van predikanten ook een kritische reactie. Deze reactie van een lezer van dit blad was vooral gericht op mijn vermoeden dat de meeste kritiek op de kerkdiensten komt van mensen die doordeweeks het minste contact met God hebben.
In zijn reactie geeft deze lezer aan dat hij veel kritiek heeft op de diensten en dat het hem inderdaad niet lukt om doordeweeks veel tijd te besteden aan Bijbelstudie, meditatie of gebeden langer dan drie minuten.  Hij schrijft dan o.a.: ?Meestal overleeft het avondgebed het bij mij niet tussen ?nog even de laatste nieuwsfeiten verzamelen?, ?achtergronden horen bij Pauw en Witteman? en het uitgeput in slaap vallen. Kortom > 90% van mijn actieve geloofsleven komt inderdaad op de zondag(ochtend) aan. Ik wil echter wel graag meer dan  90% van mijn tijd werken volgens mijn christelijke overtuigingen. ????..
Hoe optimistisch ik altijd ben, ik zie mezelf niet meer echt open naar de kerkdiensten gaan. De huidige setting, waarin routine, sleur en onbegrijpelijke of niet aan mijn belevingswereld appelerende taal de boventoon voeren, biedt echter geen ruimte voor ontwikkeling. Ik laat het over me heen komen. Ik neem daarom een bijschrijfbijbel, andere vertalingen, een aantekeningenboekje of zelfs christelijke lectuur mee om zelf te lezen. En naast me zit bijna de hele dienst iemand van 12 jaar in zijn jongerenbijbel te lezen. Het lijkt wel op de aanvaarding van files zoals je die bij westerlingen bespeurd. Ach, 75 minuten in de file, ?t went wel.?

Binnen onze kerken is het een goede gewoonte om iedere zondag twee erediensten te beleggen. Lees de rubriek ?preekbeurten? in diverse regionale kranten er maar op na. De voorganger is in de meeste gevallen de eigen of een gastpredikant. En als er geen predikant is staat er zo nu en dan de naam van een ouderling. Maar soms staat achter het tijdstip vermeld: dienst des Woords. (Even tussen haakjes: wanneer er een predikant voorgaat, is het blijkbaar geen dienst des Woords). Het kan nog verder gaan, wanneer achter het tijdstip staat vermeld: leesdienst. Hier wordt dan mee bedoeld, dat in plaats van een predikant iemand anders op de preekstoel staat die een preek van een predikant voorleest.
Echter, wie er bijvoorbeeld het Reformatorisch Dagblad op na slaat komt tot een merkwaardige ontdekking. Op de ene donderdag worden de beide kerkdiensten van de CGK van gemeente X wel vermeld met de naam van de predikant erbij, terwijl een week later alleen de ochtenddienst vermeld wordt, of zelfs niets van de kerkdiensten van gemeente X. Een argeloze lezer zou denken, dat de kerkenraad dan ?s middags of de hele dag geen kerkdienst(en) heeft uitgeschreven. Niets is minder waar. Het blijkt dat er dan een geen predikant is, die leiding geeft aan de eredienst. Dus toch een tweederangs dienst?

Commentaar

  • Graceland 2019-09-13 17:32:12

    Afgelopen zomervakantie heb ik iets nieuws gedaan. Voor het eerst van mijn leven ben ik naar een...

  • Student in 2019 2019-09-06 18:00:08

    Het is weer september, de vakantie is voorbij, ook voor het hoger onderwijs. Jongeren gaan voor...

  • Engelandvaarders 2019-08-30 18:36:12

    ‘Als we eerst Antwerpen maar voorbij zijn.’ We zijn op weg naar Engeland. Twee kleinkinderen van 9...

  • Maak me niet rijk. 2019-08-23 09:38:59

    Het is ongelofelijk en ook beangstigend wat geld met mensen kan doen. De voorbeelden liggen voor...