Rabbi Hillel had een nieuwe rechtspraktijk geïntroduceerd, zo stond in het vorige artikel. Maar aan die nieuwe praktijk kleefde een nadeel: mannen grepen deze nieuwe juridische mogelijkheid aan om het huwelijk waarin zij niet (meer) gelukkig waren, vlot en zonder gedoe te beëindigen.

 

Jezus wijst er dan op dat de uitleg die Hillel van de mozaïsche scheidingswet heeft gegeven, niet juist is. Mozes sprak niet over 'allerlei redenen'. Hij sprak over enkele strikt omschreven situaties die konden leiden tot een scheiding. Een van die situaties was 'iets onbehoorlijks' (Deut.24,1). Mozes gebruikt hier – in het Hebreeuws, de taal waarin het Oude Testament is geschreven – twee woorden: erwah en dabar. Volgens Hillel wijst Mozes daarmee op twee zaken: op ontucht (erwah) en op 'iets', of 'een of andere zaak' (dabar). Dat was de uitleg die velen in de tijd van Jezus welgevallig in de oren klonk. Je zou dus je vrouw om welke reden dan ook mogen wegsturen.

We nemen weer een van de hoofdstroom van de kerk afwijkende opvatting onder de loep. Het betreft dit keer de opvatting van Arius. Hij stelde de vraag of je Christus wel als God mocht bestempelen. Is Hij God of toch een schepsel?

 

Is dat op het eerste gezicht een relevante vraag? Schepsel of God. Worden wij met de beantwoording van die vraag wijzer? En als we dan wijzer worden, wát worden we dan wijzer? Waarom strijd in de vroege kerk (vierde eeuw) over de identiteit van Jezus? Het voert ons terug naar de vraag van Jezus aan zijn discipelen: Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is? En, daaraan gekoppeld, het antwoord van Simon Petrus: U bent de Messias, de Zoon van de levende God (Mat.16,13-16). Je zou kunnen zeggen dat in de vraag (Mensenzoon) en het antwoord (Zoon van de levende God) de spanning al ligt opgesloten. Het hangt er maar vanaf hoe je die woorden vertaalt: hebben we met Jezus nu met een mens te maken of met God, of met een zogenaamd Godmens?

 

In de zes weken voor Pasen wordt elke week een kort artikel geplaatst waarin mensen van verschillende leeftijden aan het woord komen naar aanleiding van de vraag hoe zij Pasen beleven.

 

Pasen is voor mij: grond onder mijn voeten, niet wegzinken als ik over het water loop. Kijkend naar Jezus die aan het kruishout werd genageld besef ik dat Hij deze verschrikkelijke straf ook voor mij heeft gedragen. Zo heeft Hij mijn zonden weggedaan. Toen Hij afdaalde naar de hel, kocht Hij mij vrij uit de klauwen van de satan.

Commentaar

  • Revival 2026-05-23 08:17:17

    Van 20 tot 23 april was ik samen met een paar honderd andere predikanten op de conferentie in...

  • Kind van de vrijheid 2026-05-09 07:16:55

    Zo’n tachtig jaar! Zolang is het geleden dat de Tweede Wereldoorlog werd beëindigd en de vrede...

  • Thuiskijkers 2026-04-25 08:19:33

    ‘We kijken de diensten altijd trouw mee hoor.’ Het kan je zomaar gezegd worden tijdens een...

  • Zachtmoedigheid 2026-04-10 14:03:10

    Het Nederlands Dagblad pikte het nieuws op: de Theologische Universiteit Apeldoorn bracht negen...