Naar Psalm 137

Advent zou een tijd van verwachting moeten zijn. Een tijd, waarin de lichtjes weer worden opgehangen. Een tijd, waarin we proberen alvast de vrije dagen rond kerst voor te bereiden. En nu klinken er uit Psalm 137 gruwelijke woorden: ?gelukkig hij, die uw kinderen zal grijpen en tegen de rots verpletteren?. Natuurlijk het is mijn keuze om die psalm te lezen. Maar het maakt eens te meer duidelijk wat verwachten, advent is. Isra?l was door de kinderen van Edom (Esau) in ballingschap gevoerd. Hoe konden ze in die wereld ver van de stad van vrede de liederen van God nog zingen? In die gruwelijke godverlatenheid werden de kelen dichtgedrukt door verdriet en verlangen. Diep in hun hart was nog een kleine vlam van hoop, dat de wereld ooit weer anders zou zijn. Alleen dat kleine vlammetje van hoop kun je alleen maar zien en horen in een roep om wraak. Er is dus in het duister van de wereldnacht nog een stem, die roept tot God. Dat wel, maar die stem schreeuwt om de dood van de kinderen van Edom. Helpt dat? Brengt dat de bevrijding dichterbij? Is de dood van mijn vijand tegelijk mijn vrijheid? De HERE laat dit gebed in ieder geval wel gewoon in de bijbel staan. Het mag gehoord worden, moet gehoord worden. De roep van al die mensen in de dikke duisternis van de tijd, die roepen om wraak. Wraak voor hun vaders en moeders en kinderen, die er niet meer zijn. Helpt het om te bidden voor de ondergang van jouw vijand?
Wij steken lichtjes aan, versieren onze straten en weten nauwelijks waarom we het doen. Het is onze gebrekkige manier om het duister te verjagen. Maar horen wij de roep om verlossing, de schreeuw om de dood van het kwaad? De HERE wel en komt in Christus om het duister te overwinnen.

Noordscheschut           
P. van Dolderen

ImageOnlangs vond in de Noorderkerk in Zwolle een Gemeentevergadering plaats. De brief die de leden daarvoor uitgenodigde, zette de toon voor deze ontmoeting. Terug kijkend op 2009: ?De balans opmaken betekent ook dat we elkaar eerlijk de vraag moeten stellen of we gedaan hebben waar God ons toe roept. Kan van ons werk gezegd worden dat we het deden omdat we bewogen zijn door Gods liefde? Werden we gemotiveerd door het verlangen om mensen bij Jezus te brengen? Hebben de inwoners van Zwolle kunnen proeven dat we hart voor de stad hebben? Waren we samen de gemeente waar ?iedereen? welkom is?? Deze gevoelige vragen resoneren in de werktitel die de redactie voor dit artikel aanreikte: ?de visie van de CGK Zwolle met betrekking tot een multifunctioneel kerkgebouw?. Daarin prikkelen bij eerste lezing vooral twee woorden: ?visie? en ?multifunctioneel?. En deze worden vervolgens ?nogal ongewoon- in verband gebracht met een Christelijke Gereformeerde Kerk. Genoeg reden dus om er eens wat meer over te vertellen.
Ook de kerk van Zwolle heeft zo zijn eigen problemen. E?n daarvan is echter een luxeprobleem: de gemeente is in de afgelopen jaren namelijk z? fors gegroeid in ledenaantal en activiteiten, dat de behuizing een knellend jasje is geworden. En omdat ?de zoom uitleggen? te weinig extra ruimte biedt en wat de portemonnee betreft zou getuigen van slecht rentmeesterschap, heeft de kerkenraad zich al in 2007 in een helder principebesluit uitgesproken voor ???n kerkelijk centrum?. Een nieuw gebouw dus. Waarbij ?nieuw? ook ?ander, bestaand? mag zijn.

ImageWanneer ik in dit tweede artikel de lijn van de causerie voor de predikantenvereniging vervolg, begin ik met een paar persoonlijke indrukken en herinneringen vanuit het verleden. Ik groeide op in het uiterste zuidwesten van de Particuliere Synode van het Noorden, in ??n van de oudste gemeenten van ons kerkverband: Elburg. De gemeente was in die tijd meestal vacant en ik leerde zo veel van de oudere predikanten kennen.
Een paar herinneringen vermeld ik hier, heel willekeurig en heel persoonlijk

Iemand die dikwijls bij ons kwam preken, was ds. Alberts. Hij was een eenvoudige man, die een wonderlijke levensgang had meegemaakt. Slechts kort had hij een gemeente gediend, die van Zutphen. Wanneer hij kwam preken, zat de kerk vooral in de avonddienst vol met mensen uit andere kerken. Dan voelde je als kind: hier gebeurt iets. Dat had niets te maken met kanselgaven of preekstijl. Die man prees in alle eenvoud de genade van Christus aan voor verloren mensen. Hij gunde het iedereen. Mensen werden zo meegenomen in zijn preek dat ze soms hardop antwoord gaven wanneer hij vanaf de preekstoel iets vroeg.
Een aantal jaren was ds. A.Gruppen onze predikant. Hij kwam uit de buurt van Hoogeveen. In de oorlog nam hij geen blad voor de mond; zijn zonen waren actief in het verzet. Hij be?indigde elke preek met de woorden: ?Maar uit vrije genade alleen. Amen?.

ImageRichard Dawkins is een begrip. Als er iemand staat voor de evolutieleer dan Dawkins wel. Zijn reputatie heeft hem zelfs een bijnaam bezorgd: Darwins Rottweiler. Kom niet aan Darwin en zijn leer want dan kom je aan Dawkins! In het jaar van Darwin, 200 jaar na diens geboorte en 150 jaar na de publicatie van zijn Origin of Species (Over het ontstaan van de soorten), laat Dawkins zich niet ontbetuigd.

In het eerste hoofdstuk geeft Dawkins aan dat het boek zal gaan over de bewijzen dat evolutie een vaststaand feit is. Hij voegt eraan toe dat zijn geschrift niet is bedoeld als anti-religieus. Dawkins ruimt wel de term ?geschiedenisontkenners? in voor al die mensen die de evolutie ontkennen. Hij introduceert ook een nieuw woord: theoruma. Zoals de wiskunde de uitdrukking theorema kent om aan te geven dat wat eerst een vermoeden was nu is bewezen zo kent de natuurwetenschap het woord theoruma om aan te geven dat wat eerst een vermoeden was nu onomstotelijk waar is, namelijk de evolutieleer. Bewijzen, experimenten, waarnemingen en metingen wijzen ??n kant op: evolutie, en niet anders. Wie dit theoruma naast zich neerlegt is een ?geschiedenisontkenner?. Op pagina 27 lees ik: ?In de rest van dit boek zal ik aantonen dat evolutie een onontkoombaar feit is; het zal een eerbetoon zijn aan de overdonderende kracht, eenvoud en schoonheid ervan.?

De vraag in de titel roept onmiddellijk andere vragen op. Wat wordt met die vraag bedoeld? Gaat het over het ?zijn? of het ?doen? van de kerk? Is het bestaan van de gemeente een getuigenis op zichzelf of moet de gemeente ook wat organiseren om het getuigenis te laten horen/zien? Gaat het over woorden of daden of over een combinatie van die twee? Gaat het over de gemeente als geheel of over het individuele gemeentelid?

Wanneer u verwacht, dat ik in dit artikel bovenstaande vragen beargumenteerd ga beantwoorden, moet ik u teleurstellen. Het gaat in dit artikel over de cursus: Een getuigende gemeente. Die cursus is een uitgave van deputaten Evangelisatie en werd in heel wat kerken door onze evangelisatieconsulenten gegeven.

Commentaar

  • De gasprijs en de kerkzaal 2022-11-17 19:08:21

    De stijging van de energiekosten houdt ons allemaal bezig. We zetten de kachel een graadje lager,...

  • Beroepingswerk 2022-11-04 18:21:30

    Als er in een kerkelijke gemeente een vacature is voor de functie van predikant, dan gaat die...

  • Mahsa Amini 2022-10-20 18:06:56

    Ik kom er niet los van, van wat ik hoorde over Mahsa Amini, die door de moraalpolitie werd...

  • Micha 2022-10-08 07:55:13

    Misschien komt het je bekend voor. Je vertelt aan een vriend dat je een dagje uit gaat, of aan je...