Wonderen (1)
Onlangs verscheen de film Exodus die verontwaardiging opriep. Niet alleen in de Arabische wereld, maar ook bij een aantal christenen. De laatsten waren ondermeer ontstemd over het feit dat de doortocht door de Rode Zee mogelijk zou worden gemaakt door natuurlijke oorzaken. Dat zou afbreuk doen aan het wonder. Terecht?
De gedachte dat de oversteek mogelijk was door natuurlijke oorzaken is allesbehalve nieuw. Maar dat terzijde. Wellicht is het interessant om eens na te denken over de vraag wat een wonder tot een wonder maakt en eens te horen wat de filosoof C.S. Lewis (1898 – 1963) hierover te zeggen heeft in een essay dat hij hierover schreef. Om dan in te zien dat het gewone wellicht wonderlijk is en het wonderlijke juist weer buitengewoon gewoon. En nog wat van die doorkijkjes.




Opvoeden… Alle ouders doen het. De één lijkt het makkelijk af te gaan, de ander lijkt meer te zoeken en te worstelen. Opvoeden is als het vasthouden van een gereedschapskoffer. Elke ouder heeft er wel één. We kiezen grotendeels ons eigen gereedschap voor onze opvoeding. Soms kun je iets uit je koffer halen wat je niet meer nodig hebt, en soms moet er iets bij, vooral wanneer je een kind hebt dat speciale zorg nodig heeft. Veel ouders kijken af en toe graag mee in de koffer van andere ouders. Hoe ga jij om met…? Hoe pak jij dit aan?
veral waar mensen samenkomen ontstaan vroeg of laat conflicten. Ook in de kerk. Eddy de Pender heeft daarover een boek geschreven, vooral over hoe je dan vrede kunt stichten. Over hoe je kunt omgaan met een spanningsvolle situatie of een conflict waarin je zelf terecht bent gekomen. En over wat leidinggevenden kunnen bijdragen aan de oplossing daarvan.
De dekens drukken zwaar op je lijf. Gek, vaak heb je er geen last van. Maar nu?
In 2013 verscheen in het Nederlands een verzameling essays van de filosoof C.S. Lewis (1898 – 1963) in de bundel De zeebries der eeuwen. De opstellen zijn geschreven tussen 1941 en 1963 en allerminst gedateerd. Twee artikelen verrasten mij met name, getiteld ‘Bulvarisme’ en ‘Wonderen’. Het zou een repliek kunnen zijn op bijvoorbeeld de stellingname van hersenwetenschapper Dick Swaab in zijn boek Wij zijn ons brein(2010), ware het niet dat Lewis al dood was voordat Swaab hiermee kwam.