{mosimage}Op 8 juni 2011 promoveerde M.C. Mulder aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn op een proefschrift over Romeinen 10. Voor wie Mulder niet kent, hij is directeur van het Centrum voor Israëlstudies en missionair consulent in de CGK. Ook doceert hij judaica en kerk en Israël, zowel in Apeldoorn als aan de Christelijke Hogeschool in Ede.

De titel van zijn dissertatie luidt: Israël in Romeinen 10. De ondertitel is: Intertextuele en theologische analyse van de oudtestamentische citaten in Romeinen 9:30-10:21. Deze studie  heeft als ISBN 970 90 239 2614 6, is uitgegeven bij Boekencentrum Academic in Zoetermeer en is te koop voor € 29,90.

Inleiding
Twee weken lang heb ik me door de studie van Mulder laten meeslepen. Dat kwam trouwens niet door zijn stijl. Die is eerder slepend dan meeslepend te noemen. Mulder schrijft omslach-tig en formuleert niet altijd scherp. Dat is opmerkelijk, want hij stelt wel scherpe vragen in zijn zoektocht naar de bedoeling van Paulus in Romeinen 9-11. In zijn verlangen (dit gedeelte van) de Schriften te begrijpen gaat hij ook een scherpzinnig gesprek aan met andere exegeten.

{mosimage}Meer dan driehonderd mannen en vrouwen, meest ouderen en enige jongeren, kwamen van september 2009  - maart  2010 op negen zaterdagen bijeen voor de Vormingscursus in de Chr. Geref. Kerken. In Apeldoorn, Drachten, Goes en Sliedrecht behandelden hoogleraren en predikanten uiteenlopende onderwerpen. Professor Baars ging in op het thema van de geestelijke leiding in de prediking.

Goede geestelijke leiding komt op uit de boodschap, het Woord van God, zo zagen we. Maar zij richt zich uitdrukkelijk ook op de gemeente waarin het Woord zondag aan zondag bediend wordt.

Dat brengt ons onmiddellijk bij de vraag: ‘Hoe zien we de gemeente’? Over die kwestie is heel wat gedebatteerd. Ook in eigen kring is wel sprake van verschillende accenten. Het zou ook niet zo moeilijk zijn dat met enkele bewijzen te staven. Waar het me nu vooral om gaat, is zo zorgvuldig mogelijk vanuit Schrift en belijdenis na te speuren wat daar – positief! – over de gemeente wordt gezegd.

{mosimage}Het ritme van twee keer naar de kerk gaan zit er al een poosje bij velen niet meer automatisch in. Een aantal kerkgangers heeft al een nieuwe lijn uitgezet: één keer op een zondag. Anderen laten het aantal kerkbezoeken afhangen van hun behoefte. Er worden hier en daar pogingen gedaan het tij te keren maar de trend van afnemende kerkgang is ingezet.

Eind jaren zestig begon de Utrechtse theoloog dr. A.A. van Ruler een reeks artikelen over de kerkgang. Enige jaren later werden deze gebundeld in het boek met als titel ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?’. Niet minder dan 21 redenen somt hij op en werkt hij uit. Dit artikel is te kort om die allemaal te behandelen. Een aantal ervan wil ik in het onderstaande de revue laten passeren. Waarbij ik overigens niet alleen put uit het boek van Van Ruler.

{mosimage}De vervangingsleer is vervangen. Dat  is de leer waarin gezegd wordt dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen.
Wat is voor die leer in de plaats gekomen? En – dat is belangrijker – wat leert Gods Woord over de relatie tussen Israël en de kerk?
Een eerste verkenning.

De vervangingsleer had vanouds in de kerken van de Reformatie brede aanhang. Gesteld werd dat God zich op de andere volken richtte, omdat Israël Jezus als de Messias verwierp. Behalve dan de discipelen, Paulus, de bekeerlingen op de Pinksterdag en anderen.
Bovendien had God Israël uitgekozen om uit dit volk de Christus geboren te laten worden. Toen Hij was gekomen, betekende dat het einde van de bijzondere positie van Israël.
Er zijn teksten in het NT die deze visie lijken te ondersteunen.
Zo zegt Jezus dat velen van alle windstreken met Abraham zullen aanliggen, maar dat de kinderen van het Koninkrijk zullen worden uitgeworpen (Matteüs 8:11-12). Bij de gelijkenis van de onrechtvaardige pachters geeft Jezus als toepassing dat het Koninkrijk van de hoorders zal worden weggenomen en zal worden gegeven aan een volk dat de vrucht opbrengt (Matteüs 21:43).   
En in 1 Petrus 2:9-10 worden Exodus 19:5-6 en Hosea 1:10, teksten die betrekking hebben op Israël, toegepast op de gemeente van Christus.

{mosimage}Spontaan stemt Karel van der Velde er mee in als ik hem vraag, of ik voor het Kerkblad voor het Noorden (KvhN) een interview met hem en zijn vrouw mag hebben over hun randkerkelijkheid. Zijn vrouw Piety luistert op de achtergrond mee en heeft wel enige aarzeling. “Zijn wij randkerkelijk? Zo voel ik het niet.”

Ik leg voorzichtig uit wat de bedoeling is. Het nummer dat voor de startzondag in september verschijnt, krijgt als thema ‘iedereen doet mee’. In de praktijk blijkt vaak dat niet iedereen mee doet. Vooral zij die niet meer deelnemen aan het gemeenteleven, maar wel staan ingeschreven als lid van de gemeente. Allemaal ‘waarom’ vragen kunnen daarbij aan de orde komen. Na nog wat heen en weer gepraat stemmen beiden in met een gesprek hierover. We maken een afspraak.

Commentaar

  • Convent 2024-02-22 17:59:53

    Het kan je haast niet ontgaan zijn. Het convent dat op DV 20 april 2024 door deputaten...

  • Volle verzekering 2024-02-10 09:35:41

    Een gaatje in de agenda maakt dat wij op vakantie gaan. De camper wordt volgepakt met die dingen...

  • Helpen 2024-01-27 09:14:13

    Het is bijna Hulpverleningszondag en daarom wordt in dit nummer van het Kerkblad ingegaan op...

  • Goed voornemen 2024-01-13 09:36:53

    De stelling die Sake Stoppels, emeritus lector theologie, van de CHE, poneert in zijn bijdrage in...